|
|
Basisstudies 3
Peter Bronsveld
|
|
|
|
|
|
|
Wat een frustraties, wat een nederlagen in het leven' Zou dat Gods wil voor ons zijn? Bestaat er dan geen overwinning op de problemen en tegenslagen die Gods kinderen treffen? Voor een antwoord op deze levensvragen moeten we terug naar het begin. Naar de oorspronkelijke bedoelingen van de Heer met de mens. Naar het scheppingsplan:
'Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen' (Genesis 1:26).
Deel hebben aan de goddelijke natuur! Later zou de psalmist van de mens zeggen:
'Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar Hem omziet? Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond' (Psalm 8:5-6).
Ook de apostel Paulus deed een dergelijke uitspraak over het wezenseigen van de mens - en dat nog wel ten aanhore van ongelovigen:
'Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij, gelijk ook enigen van uw dichters hebben gezegd: Want wij zijn ook van Gods geslacht' (Handelingen 17:28).
Bovendien werd de mens geschapen om te heersen, gezag uit te oefenen. God begiftigde hem met alle kwaliteiten die nodig waren om te leren regeren. De Heer verwachtte dat de mens die uit zijn scheppende handen kwam, volwassen zou worden, en zich zou ontplooien. Aanvankelijk moest hij alleen de hof waarin hij geplaatst was, bewaren, maar vervolgens zou hij ook de hele wereld onder zijn heerschappij mogen brengen:
'En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar' Genesis 1:28).
|
|
|
|
De mens faalde echter. Hij wist niet eens het gebied dat de Heer hem oorspronkelijk toevertrouwde, te bewaren. Satan zag kans te infiltreren in het machtsgebied van de mens. We kennen het resultaat. De koning van de schepping werd van zijn troon gestoten. De sleutels van de heerschappij werden hem uit handen genomen. Van heer werd hij slaaf. Niet God kan verantwoordelijk worden gesteld voor de toestand waarin de wereld vervolgens verzeild raakte. Het kwaad was niet van Hem uitgegaan. Onze God is immers een en al liefde, licht en leven:
'Dwaalt niet, mijn geliefde broeders. Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer' (Jakobus 1:16,17).
Het was evenwel de mens zelf die toestond dat de wereld deze invasie van het kwaad onderging:
'Door de overtreding van de ene (Adam!) is de dood als koning gaan heersen door die ene' (Romeinen 5:17).
'De schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om de wil van hem (de mens) die haar daaraan onderworpen heeft' (Romeinen 8:20).
|
|
|
|
Het lukte de duivel de mens zijn heerschappij te ontnemen. Geen wonder dat Jezus hem de 'overste dezer wereld' noemde met wie Hij persoonlijk de strijd zou aanbinden rond zijn dood aan het kruis:
'Niet veel zal Ik meer met u spreken, want de overste der wereld komt en heeft aan Mij niets' (Johannes 14:30).
Ook de apostel Paulus definieerde in wiens handen de heerschappij over de wereld terecht was gekomen. Satan noemde hij 'de god van deze eeuw' en 'de overste van de macht der lucht':
'Indien dan nog ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen' (2 Korintiërs4:3,4).
'Ook u, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en zonden, waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht' (Efeziërs 2:1,2).
Vanaf zijn val leefde de mens in een vijandige wereld. Desondanks kon hij echter nog op Gods hulp rekenen in deze ongelijke strijd tegen het kwaad. Onmiddellijk na de val beloofde de Heer reeds:
'En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen' (Genesis 3:15).
God zou aan de kant van de mens staan in diens eeuwenlange strijd tegen de heerschappij van de boze Hij zou iemand sturen die hem de volledige overwinning kon schenken: onze Here Jezus Christus.
|
|
|
|
Gods Woord zegt dat Jezus niet alleen kwam om vergeving van zonden mogelijk te maken, maar tevens:
'Om ons te redden van onze vijanden en uit de hand van allen, die ons haten... dat Hij ons zou geven, zonder vreze, uit de hand der vijanden verlost, Hem te dienen in heiligheid en gerechtigheid voor zijn aangezicht, al onze dagen' (Lucas 1:71-75).
Jezus was Zich goed bewust dat het zijn zending was vrijheid te schenken aan het mensdom dat lijdt onder de macht van de satan. Dit was dan ook de teneur van zijn boodschap vanaf het begin van zijn bediening:
'De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren' (Lucas 4:18,19).
Later zouden de apostelen als Petrus en Johannes gelijkluidende uitspraken over Jezus' bediening doen:
'God heeft Hem met de Heilige Geest en met kracht gezalfd. Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen die door de duivel overweldigd waren' (Handelingen 10:38).
'Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou' (1 Johannes 3:8).
|
|
|
|
|
|
|
Herstel van de heerschappij |
|
|
|
|
|
Jezus kwam om de mens terug te geven wat hij door zijn val had verloren. Niet alleen de gemeenschap met God door de verzoening met Hem, maar tevens de heerschappij en de autoriteit die hem door de satan waren ontnomen. Het kruis betekende de totale nederlaag van de 'vorst dezer wereld', zoals Jezus dit zelf aangaf:
'Nu zal de overste dezer wereld buitengeworpen worden' (Johannes 12:31).
Jezus' dood bracht ons een volledige overwinning over het verslavende werk van het kwade, Toen Hij stierf, ontnam de Heer de satan de wapens waarop deze vertrouwde:
'Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk ten toon gesteld en zo over hen gezegevierd' (Kolossenzen 2:15).
Sprekend over zijn volmacht om demonen uit te werpen en zo -vooruitlopend op zijn overwinning aan het kruis - de satan zijn heerschappij op te leggen, stelde de Heer:
'Wanneer een sterke, goed gewapende man zijn eigen hof bewaakt, is zijn bezit in veiligheid. Maar wanneer iemand, die sterker is dan hij, hem aanvalt en hem overwint, rooft deze zijn wapenrusting, waarop hij vertrouwde, en verdeelt zijn buit' (Lucas 11:21,22).
Jezus is de sterkere! Hij ontwapende de vijand. De slachtoffers van het kwaad kunnen nu onder zijn macht uitkomen. Er is bevrijding! Jezus is overwinnaar:
'Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn' (Filippenzen 2:9-1 l).
|
|
|
|
|
|
Delen in zijn
overwinning |
|
|
|
|
|
Alle weerstrevende krachten, alle ondraaglijke situaties in ons leven zullen onder het beslag van de overwinning van onze Heer gebracht mogen worden. Wij delen daar immers in. We zullen ons door het geloof moeten vereenzelvigen met de overwinning die de Heer voor ons bevocht. Zijn overwinning is ook de onze!:
'En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente, die zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt' (Efeziërs 1:22,23).
'En Hij heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus' (Efeziërs 2:6).
De Christus die het kwaad overwon en in ons leeft, wil door ons leven heen zijn overwinning openbaar maken. Naarmate we ons deze waarheid bewust worden, zal Hij Zich inderdaad in ons leven manifesteren:
'Christus onder (in) u, de hoop der heerlijkheid' (Kolossenzen 1:27). o 'Gij zijt uit God, kinderkens, en gij hebt hen overwonnen; want Hij, die in u is, is meerder dan die in de wereld is' (1 Johannes 4:4).
'Al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof. Wie is het, die de wereld overwint, dan wie gelooft, dat Jezus de Zoon van God is?' (1 Johannes 5:4,5).
De mens kan bevrijd worden van het kwaad door geestelijke autoriteit uit te oefenen over de destructieve krachten die in zijn leven werkzaam trachten te zijn. De Heer wil dat zijn kinderen opnieuw de heerschappij in handen nemen. Hier en nu!:
'Want, indien door de overtreding van de ene de dood als koning is gaan heersen door die ene, veel meer zullen zij, die de overvloed van genade en van de gave der gerechtigheid ontvangen, leven en als koningen heersen door de ene, Jezus Christus' (Romeinen 5:17).
Leven en heersen als koningen! Dat is Gods plan met ons. De Heer wil dat zijn kinderen overwinnaars zijn. Voor elk van hen is er bevrijding van alle destructieve krachten die op hen in willen werken:
'Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, en allen zou bevrijden die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren' (Hebreeën 2:14,15).
'Gelijk Hij is, zijn ook wij in deze wereld' (1 Johannes 4:17).
'Want Hij, die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit één; daarom schaamt Hij Zich niet hen broeders te noemen' (Hebreeën 2:1 l).
*'Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook te voren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen' (Romeinen 8:29).
God wil dat zijn volk door de wapens van het licht leert heersen over de omstandigheden van het leven. Hier en nu. Door zijn dood verwierf de Heer ons het recht om in het leven van alledag overwinnaar te zijn! Laten we van dat (voor-)recht gebruik maken, door te gaan staan in de autoriteit die Hij ons schenkt!
|
|
|
|
| |